Schuldeisers

Hoe je ze te vriend n buiten de deur houdt!

schulden
Het wettelijk traject

Het wettelijk traject: de WSNP

Soms lukt het niet om een minnelijk akkoord te bereiken met de schuldeisers. In dat geval kun je naar de rechter stappen en vragen om een wettelijke schuldsanering volgens de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Een belangrijk verschil met het minnelijk traject is dat schuldeisers verplicht zijn om mee te werken aan het wettelijk traject. Bij een minnelijk akkoord werken de schuldeisers vrijwillig mee.
Voor een WSNP aanvraag is het noodzakelijk dat je een verzoekschrift indient bij de rechtbank. Hierbij kan de schuldhulpverlener je helpen. Ook is het noodzakelijk dat de schuldhulpverlener een “Verklaring” artikel 285 Faillissements Wet opstelt voor de rechtbank. Hierin wordt verklaard dat en waarom er geen minnelijk akkoord mogelijk is. Om in aanmerking te komen voor de WSNP moet er namelijk in principe altijd een poging zijn gedaan om tot een minnelijk akkoord te komen.

De rechtbank bepaalt of je in aanmerking komt voor de WSNP, waarbij zij de vrijheid heeft om alle feiten en omstandigheden die van belang zijn mee te wegen. Geen enkele schuldhulpverlener kan dus van tevoren met zekerheid zeggen of iemand zal worden toegelaten of niet, zij kan slechts de kansen aangeven.

De belangrijkste voorwaarden waaraan je moet voldoen om toegelaten te worden tot de WSNP zijn:

  • er is geen minnelijke regeling bereikt. 
  • je bent te goeder trouw geweest bij het ontstaan van de schulden (een boete kan dus een probleem zijn).
  • je hebt de afgelopen vijf jaar geen fraude gepleegd.
  • je kunt niet meer aflossen op je schulden.
  • de verwachting is dat je je schuldeisers niet zal benadelen.
  • je hebt de afgelopen tien jaar geen wettelijke schuldsaneringen of faillissementen doorlopen.

Wanneer de rechter bepaalt dat je in aanmerking komt voor de WSNP dan ben je niet in n keer van je schulden af. Een wettelijke schuldsanering is een moeilijke weg. Je krijgt een bewindvoerder toegewezen die je post openmaakt en eventueel waardevolle spullen verkoopt. De bewindvoerder ziet er tevens op toe dat je je aan de regels van de WSNP houdt. Een rechter-commissaris zal toezicht houden zowel op jou, als op de bewindvoerder.

De WSNP duurt onder normale omstandigheden 3 jaar. Drie jaar lang moet je rondkomen van een zeer laag inkomen, namelijk een bedrag van rond het sociaal minimum, het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB). Dit kan zelfs iets minder zijn wanneer je alleen een uitkering hebt en niet werkt voor je inkomen. De inkomsten die dan overblijven zullen 3 jaar lang worden gespaard op een boedelrekening. Na 3 jaar worden van het gespaarde geld de schuldeisers betaald. Indien je je gedurende de gehele looptijd van de WSNP aan alle regels hebt gehouden, ben je na drie jaar van al je schulden af, ongeacht hoeveel je daadwerkelijk hebt afbetaald.

Als je je tijdens de WSNP niet aan de regels houdt, zal de WSNP eerder worden beindigd. Je zult nog tot maximaal 20 jaar verantwoordelijk blijven voor je schulden zonder dat deze dus zullen worden kwijtgescholden. Je zult failliet worden verklaard en komt gedurende 10 jaar niet meer in aanmerking voor de WSNP.

Bepaalt de rechter dat je niet in aanmerking komt voor de WSNP, dan kun je binnen acht dagen in hoger beroep gaan. De schuldhulpverlener zal je doorsturen naar een advocaat of een Bureau Rechtshulp om je daarbij te helpen. Eventueel kun je een bewijs van onvermogen aanvragen bij de gemeente. 

Als de bewindvoerder tijdens de looptijd van de WSNP de mogelijkheid heeft om met de schuldeisers tot een wettelijk akkoord te komen dan kan de schuldhulpverlener dit alsnog voorstellen. In de WSNP kan een dergelijk akkoord namelijk al worden afgedwongen als 50% +1 van de schuldeisers akkoord gaan, onder voorwaarde dat het akkoord meer dan 50 % van het schuldbedrag bevat. Als het akkoord is geaccepteerd dan verlaat de schuldenaar de WSNP met een oplossing voor de schulden. Je kunt ook zelf, als schuldenaar, vragen om een akkoord als je denkt dat dit voor jou haalbaar is. Het gaat er dan om dat je in een keer het bedrag kunt opbrengen, dat anders in 36 maanden naar schatting gespaard zou worden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door middel van een lening van familie of een werkgever, of via een krediet van de Gemeentelijke Kredietbank.