Schuldeisers

Hoe je ze te vriend én buiten de deur houdt!

schulden
Vergeleken echter met de analoge verklaring bij het Protocol van Luxemburg worden die gegevens hier gedetailleerder omschreven.

De verklaring voor die methode is te duidelijk om er meer dan een paar kanttekeningen aan te wijden. Het is in dat licht waarin het belang van deze twee Protocollen moet worden begrepen. Er wordt dus in verwezen naar de gemeenschappelijke verklaring bij het IPR-Verdrag en er wordt in besloten een protocol te sluiten. Ten eerste werd opgemerkt dat die oplossing in de gegeven omstandigheden de enige uitvoerbare leek en dat het alternatief geweest was dat het Hof helemaal geen bevoegdheid kreeg. Vergeleken echter met de analoge verklaring bij het Protocol van Luxemburg worden die gegevens hier gedetailleerder omschreven. Het eerste noch het tweede IPR-protocol bevatten bepalingen over de territoriale toepassingssfeer, het IPR-Verdrag wél artikel 27. Il n'est cependant pas admissible qu'une matière aussi importante demeure abandonnée à la prudence des représentants du ministère public et ne soit pas formellement réglée par des dispositions impératives.

Hiervoor is niet de instemming van alle lidstaten nodig. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat die deze handeling als laatste verricht. Pas op het laatste moment werd, mede met een aantal argumenten ter verdediging van de oplossing die zich aftekende, een min of meer overtuigd akkoord bereikt. Zij stuitte dan ook op de bekende problemen, hoewel de eerder vermelde methode beslist heel wat belangrijks heeft opgeleverd.

Over de gevolgen van het feit dat niets bepaald is over het toepassingsgebied van de protocollen kan hier verwezen worden naar de verslagen over de Verdragen van Donostia-San Sebastián en van Lugano. Daardoor kon de discussie beperkt gehouden worden en konden die problemen vaak zelfs als opgelost beschouwd worden. Op het eerste bezwaar werd geantwoord dat de bedoelde situaties in beginsel uitzonderlijk moeten worden geacht en in geen geval het voornaamste referentiekader van het verdrag vormen. Aangezien het IPR-Verdrag niet onder ex-artikel 220 huidig 293 van het EEG-Verdrag valt, zetten de hier besproken Protocollen voornoemde tendens verder.

Hierdoor stijgen de kansen op beroep in het belang van het recht. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. Het tweede Protocol verleent aan het Hof van Justitie bevoegdheid, waarvoor de instemming van alle lidstaten nodig is in tegenstelling met wat nodig is voor de omschrijving van die bevoegdheid in het eerste Protocol. Gedaan te Brussel, de negentiende december negentienhonderd achtentachtig.